De 100ste Doctor Jazz Dag is goed bezocht. De verkopers van de jazzmarkt waren tevreden, alhoewel de verkoop wel pas laat op gang kwam. Ook de muziekzaal was goed vol en de stemming zat er goed in. Behalve het goed gevulde muziekprogramma werd de Doctor Jazz Award 2014 uitgereikt aan Ria en Wim Wigt voor hun grote verdiensten voor de classic jazz met het label Timeless en vele boekingen van classic jazz bands, waaronder die van Chris Barber en The Dutch Swing College Band. De Doctor Jazz Award 2014 werd uitgereikt door voorzitter Ate van Delden, die de verdiensten van Ria en Wim Wigt nog eens memoreerde. Wim Wigt was zichtbaar geëmotioneerd door dit gebaar. Tevens werden audio-restaurateur Harry Coster en samensteller Skip Voogd op het podium geroepen door bestuurslid Ben Kragting. Beiden kregen de ‘eerste cd’ van de nieuwe Doctor Jazz productie ‘Meet The Bands – onvergetelijke Nederlandse swingbands 1943-1957 – DJ013′.

Het programma voor de 100ste Doctor Jazz Reünie/Doctor Jazz Dag was uit nostalgische overwegingen, geheel samengesteld door Sjaak van Glabbeek. Evenals Sjaak komt ook de eerste band, The Never Mind Jazz Band, uit Eindhoven. Heel nederig presenteerden ze zich als Sjaak’s eigen Eindhovense bandje, maar daarmee doen ze zichzelf te kort. Ze maken gewoon prima muziek, gebaseerd op vooral de zwarte, maar ook de blanke jazz van de jaren ’20. Van Duke Ellington gaat het naar King Oliver, naar Fletcher Henderson, naar Paul Whiteman, naar Clarence Williams en naar Morton. 024-Never-Mind-Jazz-Band-800x600Nummers als Deep Creek en Burning The Iceberg (allebei composities van Jelly Roll Morton) hoor ik niet iedere dag uitvoeren. De hele frontline (Henk Velema-cornet, Peter Biemans-trombone en Ad van Erp-klarinet en saxen) en banjoïst Nol van Iersel zingen alleen of gezamenlijk. Bij vergeleken hun vorige optreden bij ons in 2008 heeft Jan van de Ven de band moeten verlaten en is opgevolgd door Christ Vingerhoets, een bekende uit vele New Orleans Revival Bands. Als toegift volgde Someday Sweetheart met een prominente rol voor Joris Nieuwendijk op de bastuba.

The Four Stream New Orleans Jazzband speelt in de New Orleans Revival stijl en al een jaar of tien in precies dezelfde bezetting. Dat zijn dan Dick Olij-trompet en zang, Ton Nas-klarinet en tenorsax, Jan Lebesque-trombone en zang, Hugo Jungen-piano en zang, Roeland Kolkmeijer-banjo, Peter Anders-bas en Ton Kolkman-drums. De band heeft een hecht collectief en fijne solisten en van te voren staat nooit vast welke nummers de band gaat spelen. 37-Four-Stream-New-Orleans-Jazzband-800xVoormalig bandlid Jasper van Pelt heeft dit principe lang geleden bij de band geïntroduceerd en dat blijkt een goede manier te zijn om bruisende muziek te maken. Er wordt geput uit een heel uitgebreid repertoire. Snelle en langzame nummers worden mooi afgewisseld. In de eerste categorie horen Over The Waves, Girl Of My Dreams en Rebecca thuis. Faraway Blues en God Will Take Care of You zijn natuurlijk van de tweede soort. De band speelde ook twee voor mij onbekende stukken: I Wish I Knew How It Would Feel To Be Free (van Nina Simone) en Flip Flop And Fly van o.a. Pia Beck. De laatste jaren is Ton Kolkman naast drums ook mondharmonika bij de band gaan spelen. Leider en pianist Hugo Jungen vertelde na afloop vol trots dat Sjaak van Glabbeek na het optreden in de kleedkamer was komen vertellen waarom hij hun gekozen had. Zo’n icoon komt niet iedere dag je kleedkamer binnen!

Miss Lulu White’s Red Hot Creole Jazz Band
Tonny van Deyl maakte er nog een grapje over toen ze zei zich verheugd te hebben op de aanwezigheid van een vrouw op het podium. Maar Lulu White is legendarisch en dus onzichtbaar en de band van die naam bestaat geheel uit heren. Ik ben een groot liefhebber en bewonderaar van deze Bredase band en ik had ze al een hele tijd niet gehoord. Het was dus even spannend voor me toen ze begonnen. Maar hun eerste tonen bezorgden me meteen weer het kippenvelgevoel. De intro van hun eerste nummer, Just Gone. King Oliver’s beroemde opname is geheel collectief maar Lulu White hoeft het niet binnen drie minuten te doen en voegde solo’s toe op klarinet en piano. Ook Chattanooga Stomp werd voorzien van solo’s, in dit geval voor trombone en trompet. 62-Miss-Lulu-White's-Red-Hot-Creole-Jazzband-800xMeestal werd gespeeld met twee trompetten, maar Ad Houtepen wisselde zijn trompet in sommige stukken in voor zijn altsax, onder andere in het mooie Oliver-stuk I’m Lonesome Sweetheart. Heel geslaagd vond ik ook hun versie van Got Everything, waarbij de herinnerimng aan Oliver werd opgeroepen door een vocaal duo bestaande uit de trompettist en de trombonist. Lulu White eindigde met Hot Tamale Man, waarbij ons werd uitgelegd wat “hot tamale” eigenlijk is, maar ik heb het recept niet zo snel kunnen opschrijven. Bovendien wilde ik luisteren naar de band in hun uitvoering van dit stuk dat bekend werd van de band van Charles Cook. De bezetting was: Ad Houtepen (kornet, rietinstrumenten), Tom Goosen (kornet), Wil van Baarle (klarinet), Bart Goosen (trombone), Mart Jacobs (piano), Pieter Talboom (banjo), Marcel van de Winckel (sousaphone). Het duurde me te kort, maar de volgende act voorzag heel mooi in het ontstane gemis:

Euphonia Novelty Orchestra
Hoorde ik het goed? Ja, ook dit orkest opende met het eerste nummer dat King Oliver met Louis Armstrong ooit op de plaat zetten, Just Gone. Twee zielen, één gedachte, zou je kunnen zeggen. Inderdaad oriënteert ook deze band uit Twente zich op dergelijke uitstekende voorbeelden. En met een geweldig resultaat. Rietblazer Bert Dinkla sprak het geheel aan elkaar en zo begrepen we dat het tweede nummer van New Orleans-pianist Tony Jackson was, maar niet zijn hit Pretty Baby, Nee. Euphonia, kwam met Some Sweet Day en dat werd een prettige kennismaking en ook met de zang van trombonist Peter Ijzerman. Vervolgens kreeg Richard M. Jones’ mooie blues Trouble In Mind een prachtige uitvoering en daarna ging het tempo iets omhoog met Bouncing Around, bekend van het orkest van Armand Piron. 74-Euphonia-Novelty-Orchestra-800Tot het zwarte repertoire behoorden ook de volgende stukken, het weinig gehoorde Golden Lily en het Clarence Williams’ succesnummer Sister Kate. Dinkla vertelde nog eens dat Louis Armstrong het had gecomponeerd, maar dat Williams er furore mee maakte. Twee stukken uit de blanke New Orleans scene volgden, Angry van de Brunies boys en Owls’ Hoot, de openingsdeun van de New Orleans Owls. Allemaal puur New Orleans dus. Nee, Euphonia bleef tot het laatst trouw aan New Orleans, eerst nog met Armstrong’s toenmalige grootste hit Heebie Jeebies (met zeer geslaagd scat vocal van Frank Douglas) en tenslotte met Creole Song, dat ze uitvoerden met een Caribisch ritme, waarbij Frank een rumbabal hanteerde en het vocal weer verzorgde “C’est un aut’ can-can. Pai-donc”. De bezetting was: Jan van Tongeren (kornet, trompet), Peter Ijzerman (trombone), Bert Dinkla (sop.sax, altsax, klarinet, kazoo, vocals), Jan Viester (klarinet, altsax), Ab Buitenhuis (piano), Gerrit Emsbroek (banjo), Jochem Geselschap (bassax, tuba), Jan Hagedoorn (percussion, piano, vocals), Paul Krugers Dagneaux (tenorbanjo, gitaar), Frank Douglas (vocals).

The Revivalists waren deze middag de laatste band. De avond ervoor hadden zij op een lindyhopbal voor een jeugdig publiek gespeeld en zo krijgen ze er ook jonge fans bij, wat vandaag de dag in onze muzieksoort heel bijzonder is. De band was keurig gekleed, presenteerde zich goed, maar voor mij is het voornaamste toch de kwaliteit van de muziek die ze maken. Met knappe solisten als Coos Zwagerman en Johnny Boston (wat speelt die man vreselijk gemakkelijk klarinet en sax!) en een ritmesectie die staat als een huis (met Hans Mantel-banjo, Jaap de Wit sr-bas en sousafoon en Jaap de Wit jr-drums) was binnen de kortste keren de zaal laaiend enthousiast. 87-The-Revivalists-800Een bepaalde specifieke stijl wordt niet nagestreefd en dat hoeft natuurlijk ook niet. Er was een Sidney Bechet-blokje met Promenade Aux Champs Elysees en Moulin A Cafe. Johnny Boston zong een bewogen How Great Thou Art. Er was de mooie eigen compositie Ponchatoula en daarna ging Jaap de Wit sr. over van bas op sousafoon in You Always Hurt The One You Love. Uiteraard nam hij een lange solo voor zijn rekening! In Cherry hadden de twee blazers een lang unisono-intermezzo. Prachtig gedaan! Ron McKay en Phil Mason, overleden leden van Max Collie’s Rhythm Aces in de jaren ’70/’80 werden geëerd met Let The Light From The Lighthouse Shine On Me, een nummer dat Ron McKay vroeger zong. Tot slot was er nog een extra toegift, namelijk The Tiger Rag met Jaap sr. wederom op de sousafoon. En toen kon de verkoop van de CD losbarsten. Het leek wel alsof ze gratis waren! Toen tenslotte uw recensent er één wou kopen, was de meegenomen voorraad op. Maar er komen nieuwe kansen!

Alle 93 foto’s van de 100ste Doctor Jazz Dag, gemaakt door Foppe Kooistra, zijn hier te vinden.