Terwijl ik mij stond te vergapen aan al het moois op de platenmarkt was de 20 jarige pianist Ringo Maurer in de grote zaal al begonnen. Gelukkig was er onze vaste jazzdienaar op de eerste rij die de muziek van de hele dag op een …(tja, wat was het eigenlijk?) vastlegde en mij de volgende dag een kopie deed toekomen. En zo kon ik toch nog oordelen en genieten van het memorabele optreden van deze jonge pianist. “Een protegé van Drs P.” zou de talenmeester zelf hebben gezegd.
Ringo Maurer werd opgevoed met J.S. Bach en Chopin en leerde al snel de kneepjes van het vak. Hij had zijn setlijst gevuld met ragtimes en strides dat de periode 1900 – 1940 bestreek. Maurer startte zijn optreden met Scott Joplin’s The Wolverines, beter bekend als Wolverine Blues. Onmiddellijk waande ik mij in het Pianolamuseum in Amsterdam. Nog een juweeltje was You Go To Hell van Sam Henry die ook wel The Dude werd genoemd. Hij was barman en pooier. Ringo behandelde Jerry Roll Morton’s The Pearls als zijnde een jazzband waarin hij met de piano afzonderlijk de instrumenten aankondigde. Het was een knap staaltje jazzverdieping. Als ik directeur was van een conservatorium, zou ik hem onmiddellijk een baan aanbieden. 

Hoe kun je zo’n muzikale waterval nog een beetje opvangen met de volgende act? Dat bleek niet eenvoudig.
Jay Jay’s Border Jazzmen had er in ieder geval een flinke kluif aan. De mannen uit het Oosten van het land moesten het van de afwisseling hebben. Ietwat aarzelend kwam het optreden op gang maar eenmaal ingespeeld, wonnen de Jazzmen terrein. Vocaal was er niets op aan te merken. Hun versie van Irving Berlin’s My Walking Stick, bijvoorbeeld. Soms leek het wel of de Mills Brothers waren opgestaan; zo scherp en haarzuiver werd er gezongen. Met When You Wore a Tulip and I Wore a Big Red Rose kreeg het vocaal trio, bestaande uit de frontline Petro van Wijnen, Jac Meijs en Peter van den Bremen zelfs een hoofdrol. Verrassend ook was de keuze van Strangers On The Shore waarin klarinettist Van Bremen de rol van Acker Bilk op zich nam. De uitvoering was sneller dan het originele van Bilk maar zonder de gevoeligheid aan te tasten. Puik werk! Duidelijk was dat wij hier niet te maken hadden met een gewone dixielandband maar met muzikanten die werk hadden gemaakt van een originele setlist.
Bezetting: Petro Wijnen (trompet), Jac Meijs (trombone), Peter van den Bremen (sax, klarinet), Rob Koch (banjo, gitaar), Etienne Beyé (bas), Fred Mooy (drums).

Kid’s Kids was een gezelschap doorgewinterde muzikanten, speciaal voor deze Doctor Jazz Dag bijeen gebracht door pianist Joep Peeters en de Vlaamse trombonist Philippe De Smet. “Geen repetities gehouden. Nou ja, even wat doorgenomen in de kleedkamer.” aldus Peeters. “De rest hebben wij van internet.” vervolgde hij. “Iedereen heeft een liedje uitgezocht en gaat dat ook zelf presenteren.” En aldus geschiedde.
De muziek van New Orleans trombonist Kid Ory was de rode draad. Zijn de achternaam dient volgens Joep Peeters uitgesproken te worden met de klemtoon op de laatste letter. En zo kwamen Dippermouth Blues, Sister Kate, Blues For Jimmie Noone en Muskrat Ramble voorbij. De collectieven klonken gelijk en zuiver, bijgestaan door stijlgebonden maar niet al te lange improvisaties en begeleid door een soepele ritmesectie. Na krap een uurtje muziek maken werd de zaak weer ontbonden. Alsof er nooit een Kid’s Kids waren geweest. Jammer.
Bezetting: Coos Zwagerman (trompet), Dolf Robertus (klarinet), Philippe De Smet (trombone), Wouter Nouwens (gitaar),Joep Peeters (piano), Karel Algoed (bas), Ger Booiman (drums).

Met enige regelmaat wordt de Doctor Jazz Dag opgeluisterd met een hotclub. Zo ook editie 109.
The Spaaij Gypsy Band heette het gezelschap dat ook al in 2016 de muzikale gemoederen had bezig gehouden (toen als C’est Si Bon). Het kwartet opende in zigeunerstijl met Savoir Vivre. Er werd strak gespeeld in de traditie van gitarist Django Reinhardt die het presteerde om met twee vingers over de hals te vliegen. Grappig was te zien hoe gitariste (!) Tessa Spaaij deze techniek had geïntegreerd in haar eigen stijl. Hoewel de meeste stukken diep geworteld waren in de gypsy traditie, bleek ook Stevie Wonder’s For Once In My Life uiterst geschikt voor zo’n uitvoering. En dan: Amati. In een ijzingwekkend tempo raasden violist en gitaristen door het complexe schema van dit liedje.
Bezetting: Tessa Spaaij-gitaar, Lex Reerink-gitaar, Kees de Ruiter-viool en Martijn van den Brink-contrabas.

En zo kwam er een eind aan deze Doctor Jazz Dag, editie 109 vol muzikale verrassingen.

tekst René van Kalken / foto’s Cor Dekker

Alle foto’s van DJD 109, gemaakt door Cor Dekker, zijn hier te vinden.

Tot ziens op de volgende Doctor Jazz Dag (110) op 12 oktober 2019